Vrij verkeer werknemers: zegen voor multinationals, ramp voor ons

Vrij verkeer: een van de pijlers van de EU. Opgetogen wordt ons verteld dat we binnen de EU wel 4 vrijheden genieten: vrij verkeer van personen, van goederen, van diensten en van kapitaal.

Open landsgrenzen, een grote arbeidsmarkt, meer handel. Allemaal om onze welvaart te bevorderen. Dat we dat goed begrijpen. Of een vrij verkeer van kapitaal en goederen automatisch voordelig is voor ons, is nog maar helemaal de vraag. Maar ook personen en diensten worden niet langer gehinderd door landsgrenzen. Op het eerste gezicht denk je: Wie kan daar nou tegen zijn? We mogen vrij reizen en overal werken waar we willen.

Europese richtlijn voor vrij verkeer van werknemers

Sinds 2006 is het recht van vrij verkeer van personen omschreven in één Europese richtlijn voor vrij verkeer van werknemers. De redenering is dat een vrij verkeer van werknemers – een gemeenschappelijke arbeidsmarkt – een betere allocatie van arbeid en dus meer welvaart oplevert. Veel mensen voelen op hun klompen aan dat hier iets niet klopt.

Er was een onderzoek van het CPB voor nodig om dat uit te zoeken en inderdaad, mensen, u heeft een scherpe intuïtie: er zijn voordelen, maar er zijn ook nadelen. En wat voor nadelen! In de samenvatting van het onderzoek worden de voordelen eerst genoemd en met een extra dikke letter geschreven.

Ook voor Nederland zijn er op de korte termijn voordelen van vrij verkeer, zoals het verminderen van knelpunten op de arbeidsmarkt, lagere prijzen voor de consumenten en het versterken van de internationale concurrentiepositie van de Nederlandse bedrijven.

De nadelen komen een stuk onopvallender, daarna.

Daarnaast zijn er echter ook nadelen zoals lagere lonen en mogelijkerwijs enige verdringing in de sectoren waarin de arbeidsmigranten gaan werken, en op de lange termijn het mogelijke beroep van migranten op de publieke voorzieningen. De voor- en nadelen zullen bovendien niet gelijk verdeeld zijn over de Nederlandse bevolking.

Voorspelde voordelen

In één oogopslag is het duidelijk: de voordelen wegen niet op tegen de nadelen. 2 van de 3 voordelen zijn voor de grote bedrijven: minder knelpunten op de arbeidsmarkt betekent een groter aanbod werkers, die moeten gaan concurreren om een baan waardoor de lonen dalen en werkloosheid toeneemt. De versterking van de concurrentiepositie van de Nederlandse bedrijven is gunstig voor de multinationals die internationaal opereren. Hun winsten zullen toenemen. Aangezien ze nauwelijks belasting betalen, hebben wij daar weinig voordeel van.

Het derde voordeel: lagere prijzen voor ons. Klinkt aantrekkelijk, maar valt nauwelijks te controleren. Het pakt zelfs nadelig voor ons uit, als de lagere prijzen tot stand komen door werknemers lagere lonen uit te betalen. De vaste lasten (hypotheek, huur, verzekeringen, gas, water, licht, etc.) gaan niet mee omlaag.

Voorspelde nadelen

Dan de nadelen die het CPB voorspelt: lagere lonen inderdaad. Verdringing: bepaalde groepen Nederlandse werknemers kunnen er fors op achteruit gaan of werkloos raken, met name in de sectoren waarin de arbeidsmigranten gaan werken. Meer uitvallers in de onderste regionen en meer tweedeling. Het CPB is eerlijk: de voor- en nadelen zullen niet gelijk verdeeld zijn over de Nederlandse bevolking.

Het vierde nadeel is helemaal geniepig: als de migranten gebruik gaan maken van de publieke voorzieningen, ondervinden we daar allemaal nadeel van. Het zijn tenslotte onze publieke voorzieningen, waar wij aan meebetalen via onze belastingen. Als je er eenmaal aan begint om elke EU burger het recht te geven er gebruik van te maken en het wordt uiteindelijk een te dure grap, zullen eerder de voorzieningen worden afgebroken dan dat het vrij verkeer van personen wordt teruggedraaid.

Zoals Jean Wanningen in een artikel over dit onderwerp op FTM schrijft: dit is de bijl aan de wortel van de opgebouwde verzorgingsstaat leggen.

Invoering is verplicht

Het onderzoek van het CPB is ruim voor invoering van de nieuwe richtlijn gedaan, dus nog voldoende tijd om op je schreden terug te keren en te zeggen: we doen het niet. Teveel nadelen, die ook nog eens voor een onevenredig deel bij een groep terecht komen die het toch al niet makkelijk heeft. Bovendien weten we niet of we dat beroep op de publieke diensten wel kunnen dragen. Het is een open eind maatregel. Met geen mogelijkheid is na te gaan wat ons dit zal gaan kosten. We moeten geen risico’s nemen in dit verband. Het is al moeilijk genoeg om de publieke diensten voor onszelf op peil te houden.

Maar nee, natuurlijk niet. De vraag aan het CPB was niet of de richtlijn ingevoerd moest worden, de vraag was wanneer. Hoe logisch wil je het hebben?

Met logica had dit niks te maken. De invoering van de richtlijn was gewoon verplicht, door de EU opgelegd. Staaltje EU dictatuur. Het CPB hobbelt daarachteraan:

Uiterlijk 2011, maar waarschijnlijk al per 2009 zal Nederland vrij verkeer moeten invoeren.

Omdat we binnen enkele jaren vrij verkeer moeten toelaten.

Ons CPB heeft met planning en beleid niks meer te maken. In Nederland valt niks meer te plannen, dat doet de EU voor ons. Vanaf nu gaat het CPB over trivia als ‘timing’:

Timing

Welke timing van de invoering van de Europese richtlijn voor vrij verkeer van werknemers is optimaal?

De nadelen op de lange termijn zijn geen argument tegen snelle invoering omdat ze niet vermeden kunnen worden. De momenteel aantrekkende Nederlandse arbeidsmarkt is een argument voor snelle invoering: de voordelen kunnen sneller gerealiseerd worden en de groepen die erop achteruitgaan hebben meer kansen zich aan de negatieve gevolgen te ontrekken.

De groepen die erop achteruitgaan, kunnen zich bij een snelle invoering aan de negatieve gevolgen onttrekken. Hoe dan? Vluchten? Natuurlijk. Waar naartoe? Het onderzoek van het CPB komt uit 2006. We zaten toen in een ‘aantrekkende arbeidsmarkt’. Men verwachtte dat de werkgelegenheid zou toenemen en de werkloosheid zou dalen. Daardoor zou het drukkende effect van arbeidsmigratie op de lonen verzacht worden.

Van een aantrekkende conjunctuur zal een opwaarts effect op de lonen uitgaan. Werknemers die een andere baan willen zoeken vanwege de concurrentie van de arbeidsmigranten zullen daartoe meer kansen hebben.

En toen kwam daar de crisis! De werkloosheid schoot omhoog. Aantrekkende conjunctuur? Niets daarvan. De economie draaide slechter dan ooit.

In dit klimaat is het vrije verkeer van werknemers begonnen en overal vallen slachtoffers.

Aanzuigende werking

Op de arbeidsmarkten binnen de EU lidstaten zien we grote verschillen. Het gemiddelde uurloon in een land als Bulgarije is 3,42 euro. Dat is vergeleken met ons land meer dan een factor negen (!) lager. Het statistiekbureau van de EU, Eurostat, heeft een lijst opgesteld met het gemiddelde uurloon in de diverse landen.

Wat betekent dit? Wat iedereen al kan bedenken: het vrije verkeer van werknemers tussen EU-landen die zo verschillend zijn, zal een aanzuigende werking hebben. Bulgaren kunnen hier 9x meer verdienen dan thuis. Waarom zouden ze niet een poging wagen om hun land te verlaten en hier aan de slag te gaan?

Minister Asscher heeft ervoor gepleit dat de lonen en de arbeidsvoorwaarden dan maar EU-breed gelijk getrokken moeten gaan worden. Te beginnen wil hij ervoor zorgen dat alle arbeidsmigranten exact hetzelfde behandeld worden. Maar dit zal de lonenwig binnen de EU alleen maar verder vergroten, met meer aanzuigende werking. Op langere termijn aast hij er waarschijnlijk op dat de Europese Commissie een vast gemiddeld uurloon voor de hele EU in gaat voeren. Aan de hand van de lijst van Eurostat kunnen we al wel een voorspelling doen wat dat zou gaan betekenen. We zouden van 34 euro naar 20 of minder euro duikelen. Een daling van 30%.

Het aanzuigende effect wordt nog versterkt door de zeer grote verschillen in sociale zekerheid tussen landen in Zuid- en Oost-Europa en hier. Als een Bulgaar in Nederland werkloos of bijstandsgerechtigd raakt, is hij nog steeds veel en veel beter af dan wanneer hij voltijds zou werken in eigen land. Daarbij komt dat bijvoorbeeld de gezondheidszorg hier van betere kwaliteit is dan in zijn thuisland.

Uitkeringstoerisme

Vorig jaar schreeuwden een aantal politici moord en brand: uitkeringstoerisme kan natuurlijk niet. David Cameron was de eerste: mensen moeten niet denken dat ze Groot-Brittannië te kunnen komen om aanspraak te maken op financiële voordelen. In de Financial Times schreef hij dat het ‘vrije verkeer minder vrij moet’, want het heeft ‘massale bevolkingsstromen in beweging gezet, gedreven door enorme verschillen in inkomen.’

Ook minister Asscher maakte zich zorgen, hij wil het uitkeringstoerisme serieus aanpakken. Door zoveel immigratie lopen de Europese dijken het gevaar door te breken. Cameron staat er pal voor: een EU-immigrant die werk zoekt, heeft de eerste drie maanden geen recht op een uitkering. Ook Asscher wil de regels strenger maken.

Maar het zogenaamd strengere beleid staat al in de Europese regelgeving. Pas als je langer dan een jaar in Nederland hebt gewerkt, onvrijwillig werkloos bent en je als werkzoekende hebt ingeschreven, kun je bijstand aanvragen. ‘Dan pas’, zeggen ze. Maar wat is nou een jaar?

Het strengere beleid dat Cameron en Asscher voorstellen, zet geen zoden aan de dijk. Wat Cameron en Asscher hier doen is niets meer dan symboolpolitiek, het had alles te maken met de aanstaande verkiezingen. Uiteindelijk is de richtlijn een gepasseerd station, een beetje aanscherpen van de regels is geen oplossing.

Verdringing en lagere lonen

Het CPB had het voorspeld en we merken het inderdaad: de lonen gaan omlaag en de verdringing neemt toe. Werkers staan voor een baan in de rij en dat heeft een drukkend effect op alle lonen van de laagstbetaalden, maar ook die van de middenklasse. Voor sommigen is het extra zuur. In sectoren als het vrachtvervoer is de verdringing enorm. Veel vrachtwagenchauffeurs zitten werkloos thuis en diegenen die nog rijden, moeten genoegen nemen met een veel en veel lager uurloon.

Sommigen menen dat het met de verdringing wel meevalt. De WRR schrijft:

Voor verdringingseffecten op macroniveau bestaat weinig wetenschappelijk bewijs: economen in Nederland en elders komen steeds weer tot de conclusie dat arbeidsmigratie per saldo uiteindelijk nauwelijks tot verdringing leidt.

Behalve dan op microniveau, geeft de WRR toe, in ‘specifieke sectoren’ aan de flexibele onderkant van de gesegmenteerde arbeidsmarkt. Precies dus daar waar werknemers het toch al moeilijk hebben: in de slechtst betaalde banen, met de minste zekerheid. In die sectoren zoals de bouw en het transport neemt de werkloosheid toe en dalen de lonen.

Een voorbeeld vinden we in Groningen. Dat is een provincie waar de werkloosheid toch al hoog is. In de afgelopen jaren werden in de Eemshaven twee grote energiecentrales gebouwd. Groningen ging ervan uit dat dit een flinke impuls, aan de werkgelegenheid zou geven. Uiteindelijk waren 70 tot 80 procent van de bouwers Oost-Europeanen en Portugezen.

De honderden steigerbouwers waren allemaal Oost-Europeanen. Hermen Pol van de vakbond FNV zegt hierover:

De klus was zeker mogelijk geweest met Nederlandse steigerbouwers. Die zijn er heus wel te vinden. Maar de bedrijven zochten alleen maar in het buitenland. Zo konden ze het werk goedkoper aan de aannemers aanbieden.

Slechte arbeidsomstandigheden blijven in stand

Vrij verkeer wordt vaak verdedigd door te beweren dat de migranten werk doen, dat wij niet willen doen. De WRR stelt in een rapport:

Meestal komen arbeidsmigranten enkel als er groei is en werken ze vaak in een specifiek deel van de gesegmenteerde arbeidsmarkt waar ze werk verrichten dat de huidige werknemers liever niet doen. In zowel het Verenigd Koninkrijk als in Nederland is daadwerkelijke verdringing door Midden- en Oost-Europese arbeidsmigranten dan ook zelden aan de orde geweest.

Uit onderzoek zou gebleken zijn dat we helemaal niet zonder arbeidsmigratie kunnen. Werklozen uit eigen land weigeren aan het werk te gaan in de Westlandse kassen.

‘Werkgevers zetten vorig jaar een groots experiment op om Rotterdamse en Haagse werklozen aan het werk te krijgen in het Westland,’ vertelt Erik Snel, wetenschappelijk onderzoeker aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. ‘Ze brachten ze met bussen naar de kassen. Maar het project mislukte nogal. Uiteindelijk leverde het slechts een handjevol banen op.’

Onze werklozen willen gewoon niet aan de slag, daarom hebben we werknemers elders uit Europa nodig. Die doen het wel, en graag zelfs. Maar is dat gek? Arbeidsmigranten kunnen hier veel meer verdienen dan thuis. Dus daar meten ze hun salaris aan af en bovendien geven ze het verdiende geld vaak ook uit in het land van herkomst. Dan kun je er dus veel meer voor kopen dan hier. Reken maar dat het motiveert als je een goed loon krijgt voor rotwerk. Voor autochtonen is dat heel anders. Zij moeten onaantrekkelijk werk doen voor een salaris waar ze niet eens van kunnen leven.

Je kunt deze hele redenering van de WRR beter omdraaien: Door arbeidsmigratie is er voldoende aanbod van werknemers waardoor werkgevers aan de onderkant van de arbeidsmarkt geen enkele noodzaak voelen om de arbeidsomstandigheden en de salarissen in die sectoren te verbeteren.

Ontwrichting

Vrij verkeer van werknemers ondermijnt ook de cohesie van de samenleving. Als mensen minder gebonden zijn aan een thuisland, worden soevereiniteit en nationale lidstaten een non-issue. Het is makkelijker om een gebroken ontwrichte unie te sturen dan welvarende goed samenhangende landen. En het onderling verband van gezinnen en families gaat er ook niet op vooruit. Dit leidt tot individualisering en afhankelijkheid van de staat. Centrale aansturing vanuit Brussel lukt om al die redenen steeds beter.

Verharding

Recent onderzoek laat zien dat twee derde van de Nederlanders vindt dat er te veel Oost-Europeanen in Nederland zijn. Ze zouden voor overlast in onze wijken zorgen. In onderzoek van het WODC wordt aangetoond dat er inderdaad overlast is, door excessief drankgebruik en overbewoning van gehorige panden. Dit soort problemen zie je veelal in de buurten waar het toch al niet zo goed gaat, omdat juist daar de arbeidsmigranten gevestigd worden. Het is vragen om moeilijkheden. Vrij verkeer van werknemers zorgt onherroepelijk voor verharding van de maatschappij.

Braindrain

De volksverhuizing die het vrij verkeer van werknemers tot gevolg heeft, is niet alleen nadelig voor het land waar deze werknemers naar toe gaan, maar ook voor het land waar ze vandaan komen. Daar ontstaat een enorme braindrain. De meest ondernemende types verlaten het land dat daardoor nog verder verarmt.

Zorgen terecht

De zorgen van mensen om het vrij verkeer van werknemers zijn terecht. Misschien zijn er nu nog weinig arbeidsmigranten, zijn de slachtoffers nog niet zo zichtbaar en is de aanspraak op de publieke fondsen nog niet zo groot. Maar de instroom van ‘gastarbeiders’ in de jaren 60 is ook klein begonnen. Dat gebeurde met dezelfde motieven en gaf dezelfde verschijnselen, maar uiteindelijk traden de negatieve effecten in sterke mate op. Mensen willen gewoon niet dat dat weer gebeurt.

Tegen elkaar uitgespeeld

We verzetten ons tegen de arbeidsmigratie. We geven de Polen en Bulgaren de schuld: ze pikken onze banen in. Maar we richten onze pijlen op de verkeerden. Want denk je dat die Poolse werkers het zo leuk vinden om hun land te verlaten en elders aan de slag te gaan? In een uitzending van Zembla vertelde een Oost-Europese vrachtwagenchauffeur: “Ik ben niet hier in Nederland omdat ik dat zo graag wil. Ik ben hier omdat ik in leven moet blijven.” Als we de kans kregen zouden wij er ook op uit trekken, als het water ons in het thuisland aan de lippen stond.

De Europese richtlijn voor het vrij verkeer van werknemers speelt de multinationals in de kaart. Zij zijn degenen die er garen bij spinnen. De gezamenlijke Europese werknemers zijn de dupe. Ze worden tegen elkaar uitgespeeld. Annabelle Schouten, van Ons Fundament en de schrijver van het boek Hoe zit het nu echt? De ware aard van het kapitalisme ziet het goed:

Werkers uit de rijkere landen en werkers uit de armere EU landen worden tegen elkaar uitgespeeld. Dat is uiteindelijk het gevolg van het vrij verkeer van werknemers.

De multinationals gebruiken de verschillen op de Europese markt om hun positie te versterken. Dat leidt ertoe dat mensen met werkkracht in heel Europa met elkaar moeten concurreren, terwijl ze in feite tegen hetzelfde aanlopen: druk op de lonen, hogere werkdruk en een zwakkere positie. (p.144)

Niet de Polen en de Bulgaren hebben het gedaan. De grote bedrijven zitten hierachter. Voor hen is het feest. De gezamenlijke werknemers in de Europese Unie hebben het nakijken.

Zegen voor multinationals, ramp voor ons

Het vrij verkeer dat we als werknemers ‘genieten’, heeft voor ons vrijwel geen voordelen, maar des te meer nadelen. Dat is geen toeval. Het is een EU-regel die is opgesteld om aan de wensen van de multinationals tegemoet te komen. Uiteindelijk zijn zij het die in dit Europa aan de touwtjes trekken.

Het EU-project is al heel lang een project van het grootbedrijf. De vorming van de EU en de belangen van het bedrijfsleven gaan hand in hand. Schouten beschrijft in haar boek de vorming van de ERT, de Europese Ronde Tafel van Industriëlen. Zonder enige twijfel de invloedrijkste van alle lobbyclubs in Brussel.

BP, Shell, Philips, Unilever, Fiat, Siemens, ze zijn er allemaal bij. Ze weten precies hoe ze ervoor moeten zorgen dat de Europese wetten in hun voordeel zullen uitpakken. Zo ook deze.

Je gunt alle Europeanen een baan en een goede toekomst, maar een volledig vrij verkeer van werknemers in een volledig onevenwichtige, kunstmatige unie maakt dat juist onmogelijk. Dat werkt averechts. De Europese richtlijn voor vrij verkeer van werknemers is een zegen voor de multinationals, maar een regelrechte ramp voor ons.

Tweet about this on TwitterShare on FacebookShare on Google+Share on RedditShare on LinkedInEmail this to someone

Reacties zijn gesloten.